Meervoudige intelligentie

De grondlegger van de Meervoudige Intelligenties (MI) is Howard Gardner. Het uitgangspunt is dat iedereen talenten heeft die niet te vatten zijn in de simpele constatering dat hij ‘meer of minder intelligent’ is. Gardner omschrijft intelligentie als de bekwaamheid een probleem op te lossen of een resultaat aan te passen. Hij spreekt van meervoudige intelligenties omdat hij vindt dat er meerdere manieren zijn om intelligent te zijn. De een is verbaal heel sterk en leert gemakkelijk door gebruik te maken van taal. De ander ziet snel verbanden of logische gevolgen. Een derde blinkt uit in ruimtelijk inzicht of maakt gebruik van klanken en ritmes.

Gardner onderscheidt in zijn basiswerk: Frames of Mind: The Theory of Multiple Intelligences (1983) zeven intelligenties. Later (1995) heeft hij een achtste, de natuurgerichte intelligentie, toegevoegd. De negende, de existentiële intelligentie, is recent omschreven en wordt heel vaak nog niet genoemd.

De meervoudige intelligenties die Gardner onderscheidt, zijn:

  • Samenknap: Interpersoonlijke intelligentie
  • Beweegknap: Lichamelijk-kinesthetische intelligentie
  • Muziekknap: Muzikaal-ritmische intelligentie
  • Taalknap: Verbaal-linguïstische intelligentie
  • Zelfknap: Intrapersoonlijke intelligentie
  • Rekenknap: Logisch-mathematische intelligentie
  • Natuurknap: Naturalistische intelligentie
  • Beeldknap: Visueel-ruimtelijke intelligentie
  • Filosofeerknap: Existentiële intelligentie

Ieder kind zijn talenten

Op ’t Kofschip gaan we op zoek naar de talenten van elk kind. Waar ben je goed in?
Zelfvertrouwen is de basis voor verdere ontwikkeling. Hetzelfde geldt voor zelfkennis: Wat kan ik goed? Wat kan ik minder? Wat heb ik nodig? Wie heb ik nodig?